De zorg voor kinderen op De Octopus
De plaatsing en opvang van nieuwe leerlingen:
Eerst krijgen u en uw kind een rondleiding door de school. Deze rondleiding
gebeurt onder schooltijd door een leerkracht, die daarvoor is vrijgeroosterd.
U kunt dan alvast de sfeer proeven: omgang met kinderen, ouders, collega's organisatie
in de groepen, etc.
Heeft u na een rondleiding besloten uw kind aan te melden voor De Octopus,
dan komt het op de eerste maandag van
de maand waarin het vier wordt op onze school. Hieraan voorafgaand mag de leerling
een ochtend in de klas komen kijken. Uw kind ontvangt tegen die tijd een uitnodigingskaartje,
zodat u bijtijds weet wanneer en bij wie het wordt verwacht.
Kinderen, die door verhuizing van
school veranderen, kunnen één of meerdere dagen meedraaien met
de groep, waarin zij worden geplaatst.
De eerste dagen voor de (bijna) 4 jarigen:
De nieuwe leerkracht van uw kind heeft de nodige voorbereidingen getroffen door
te zorgen dat een kapstok en een plaats in de groep is 'gereserveerd'.
Uw kind krijgt een stoel met de naam erop. Een eigen plekje biedt meer sociale
veiligheid en zo zal uw kind zich gauw thuis voelen op De Octopus.
Als uw kind vier wordt, wordt zijn
verjaardag uiteraard gevierd. Dat gebeurt niet alleen in de groep. Het is reuze
spannend om als jarige Job of Jet, Samen met twee groepgenootjes, enkele groepen
langs te gaan, opdat de meesters en juffen iets op de verjaardagskaart plakken
en schrijven.
Elke maandag, tijdens de weekopening,
mogen alle jarige kinderen van de afgelopen week op het podium komen. Een leerkracht
'interviewt' de jarigen. De jarige vertelt alle kinderen hoe hij heet, z'n leeftijd
en wat het mooiste cadeau is. Tot slot zingen alle kinderen en leerkrachten
de jarigen toe. Zo leert iedereen elkaar kennen en voelen de nieuwe kinderen
zich snel op hun gemak op De Octopus.
De eerste dagen voor oudere kinderen:
Meestal komen oudere kinderen vanwege een verhuizing op een andere school. De
bekende, meestal veilige, situatie wordt verruild voor een onbekende start.
Daarom vinden wij het belangrijk dat kinderen van te voren alvast de sfeer proeven
in de klas. Dit maakt de overgang gemakkelijker.
De nieuwe groep en de leerkracht
vangen uw kind op en maken het wegwijs op onze school. De leerkracht houdt uw
kind extra in de gaten (middels observaties en gesprekjes).
U kunt altijd met de leerkracht van gedachten wisselen over het welbevinden
van uw kind. Uiteindelijk kent u uw kind het beste.
Het leerlingvolgsysteem
Het is heel belangrijk, dat elk
kind gedurende zijn schoolloopbaan goed wordt gevolgd. In de kleutergroepen
worden de kinderen geobserveerd. Via observatielijsten en kijkpuntenlijsten
wordt bijgehouden hoever de kinderen zijn in hun ontwikkeling.
Om zo goed mogelijk bij elk kind aan te sluiten, krijgen de leerlingen van groep
2 de begrippentoets.
Vanaf groep 3 toetst de leerkracht
de volgende onderdelen:
technisch lezen
begrijpend lezen
spelling
woordenschat
rekenen
Na elke toets worden de resultaten met behulp van de computer verwerkt. Via
een groepsoverzicht en een analyse wordt gekeken of voor de kinderen die te
laag scoren een handelingsplan moet worden gemaakt. Daarin staat hoe de leerkracht
het kind /de kinderen gaat helpen. Deze plannen worden met verschillende leerkrachten
tijdens de groepsbespreking besproken. Die gesprekken vinden 2 á 3 keer
per jaar plaats.
Daarnaast worden er ook ongeveer
4 keer per jaar leerlingbesprekingen gehouden. Hierin worden leerlingen besproken,
waarvan de leerkrachten vinden dat deze uitgebreider moeten worden besproken.
Dit kan naar aanleiding van de resultaten of het gedrag van het kind.
Bij de leerlingbesprekingen zijn
aanwezig: de eigen leerkracht, andere leerkrachten, waaronder die van het vorige
jaar, de leerlingbegeleider van het OAC (Onderwijs Advies Centrum) en de coördinator
zorgverbreding. De uitkomsten kunnen zijn: een bijzondere aanpak van het kind,
gesprekken met ouders en verder onderzoek naar mogelijke hiaten.
Rapport en rapportage
In de groepen 1 en 2 wordt de ontwikkeling van de kinderen vastgelegd in een
verslag dat met de ouders wordt besproken. In de groepen 3 t/m 8 krijgen de
kinderen twee keer per jaar (in januari en juni) een rapport waarin de vorderingen
van de kinderen zijn te zien. Drie keer per jaar worden er contactavonden gehouden.
De ouders kunnen gedurende tien minuten met de leerkracht van hun kind spreken.
Indien dit te kort blijkt, wordt er een andere afspraak gemaakt.
De gegevens voor het rapport worden
verkregen door toetsing van het werk dat in de klas is gemaakt. Deze toetsen
zijn niet dezelfde als die van het leerlingvolgsysteem. Voor het rapport wordt
gekeken of de kinderen de aangeboden stof beheersen. De meetbare resultaten
worden weergegeven in een grafiek. De overige resultaten worden op een 5-puntsschaal
door middel van rondjes weergegeven.
Alle gegevens, die we van de kinderen
verzamelen, worden bewaard in een dossier. Daarin zitten de afschriften van
de verslagen (groepen 1 en 2) en de rapporten, de gegevens van het leerlingvolgsysteem
(leerlingenkaart), eventueel de handelingsplannen, verslagen van besprekingen
die over het kind zijn gevoerd.
Het komt voor dat kinderen op één of meer vakgebieden 'slechter' scoren. De leerkracht
onder- zoekt wat hiervan de mogelijke oorzaken zijn. Betreft het 'rijping',
dan komt zittenblijven voor. Dit gebeurt slechts eenmaal. Met de ouders wordt
deze mogelijkheid uitvoerig besproken. Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid
bij de school. We gunnen het kind dan een extra jaar in een bepaalde groep,
zodat het zich sociaal emotioneel beter ontwikkelt. Zijn er andere oorzaken,
zoals een leerachterstand, dan gaat het kind over en krijgt het een 'aangepast'
programma.
Hulpverlening
De groepsleerkracht probeert het kind extra aandacht
te geven in de klas. Hij kan het kind op bepaalde momenten apart nemen. Dit
kan eventueel ook na schooltijd.
Er kan worden afgesproken dat er werk mee naar huis wordt
gegeven. Met de ouders wordt overlegd hoe het werk moet worden gemaakt en hoe
vaak het wordt meegegeven.
Soms is het mogelijk om 'remedial teaching' aan te bieden. Het kind wordt 1
á 2 keer per week uit de groep gehaald, gedurende ongeveer 15 minuten.
Het wordt dan begeleid door een aparte leerkracht. Dit kan ongeveer 6 weken
duren. Daarna wordt er bekeken of het kind weer met de groep mee kan draaien.
In enkele gevallen wordt er een beroep gedaan op begeleiding door een leerkracht
van het speciaal onderwijs. De eigen leerkracht krijgt instructie, maar soms
wordt er ook apart met het kind gewerkt.
Als de vorderingen ondanks alle inspanningen toch achter
blijven bij het gewenste niveau bestaat de mogelijkheid om het kind te verwijzen
naar het speciaal onderwijs. De volgende procedure wordt daarbij gevolgd:
via gesprekken zijn de ouders op de hoogte van de problemen
uit onderzoek via het OAC is gebleken dat het kind beter in het speciaal onderwijs
tot zijn recht komt. Naar aanleiding van dit onderzoek kan er een advies worden
uitgebracht naar de ouders om het kind aan te melden bij het speciaal onderwijs
de school vult een onderwijskundig rapport in
de ouders vullen een toestemmingsformulier in
daarna wordt het kind aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg.
Deze commissie toets of aan alle voorwaarden is voldaan en of dit kind geschikt
is voor het type onderwijs, waarvoor het wordt aangemeld
zowel ouders als school krijgen uitsluitsel van de commissie
indien toelaatbaar, melden de ouders hun kind aan bij een school voor speciaal
onderwijs
Bericht van Hannie Koert van der Linden: "Tijdens de laatste SOVA training hebben Jesper, Maurice Favian en Bart samen een prachtig mooi kasteel gemaakt. Dat zien jullie op de foto. Van te voren hebben ze goed doorgesproken hoe het kasteel er uit zou gaan zien. Ook de taakverdeling moest natuurlijk duidelijk zijn.
De jongens hebben laten zien dat ze goed konden samenwerken. Gelukkig was iedereen heel tevreden over het eindresultaat. Samen hebben ze besloten om het kasteel zelf kapot te maken. "Anders maken anderen het toch stuk", was hun mening. "
Behalve dat er kinderen zijn met specifieke behoeften,
komt het regelmatig voor dat kinderen vanuit het speciaal onderwijs worden teruggeplaatst
op De Octopus. Dit past geheel in de visie van een school zonder drempels, waar
iedereen welkom is. Het team bekijkt of zij het kind op onze school voldoende
kan begeleiden. De afgelopen jaren is terugplaatsing succesvol geweest. Het
speciaal onderwijs verleent begeleiding bij dit proces.
Columbuslessen
Columbuslessen zijn lessen, bedoeld voor hoogbegaafde leerlingen uit de groepen 7 en 8. Het zijn uitdagende lessen voor leerlingen die meer in hun mars hebben. Het betreft een samenwerkingsverband tussen 3 openbare basisscholen (waaronder De Octopus) en 1 openbare school voor voortgezet onderwijs. Klik op het plaatje hiernaast voor meer informatie.

Expeditie vikinggroep
De kinderen van de Vikinggroep zijn op expeditie geweest. De onderstaande foto’s zijn gemaakt op spannende momenten.

Groep 1/2 was op expeditie in de jungle toen een enorme slang aanviel. Gelukkig was er een geweer voorhanden en werd het expeditielid gered!
Groep 4a was op poolexpeditie. De tent was al opgezet en terwijl de een ging vissen, zat de ander op wacht. Jammer genoeg zagen ze de enorme ijsbeer achter de tent niet aankomen…

Groep 4b ging op expeditie naar de woestijn. Dit lid bezweek door de enorme hitte en dronk zijn laatste water op terwijl een slang toekijkt.
Groep 3 ging op oceaan expeditie. Tijdens het duiken werd een kistje gevonden met goud.
De begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs
Om de overgang naar het voortgezet onderwijs zo soepel
mogelijk te laten verlopen worden kinderen al vanaf groep 7 vertrouwd gemaakt
met het gebruik van de agenda.
In groep 8 staat uw kind voor een belangrijke keuze:
welke vorm van voortgezet onderwijs is het meest geschikt? Om u en uw kind daarbij
te helpen zijn er dat jaar intensieve gesprekken met de leerkracht.
In Zwolle heb je niet alleen de keus uit verschillende
vormen van voortgezet onderwijs, maar ook nog de keuze uit verschillende scholen.
Halverwege het schooljaar is er speciaal voor de ouders van de bovenbouwgroepen
een aparte informatiebijeenkomst. Op deze avond presenteren vijf openbare scholen
zich: de Thorbecke Scholengemeenschap, de Van der Capellen Scholengemeenschap,
het Gymnasium Celeanum, de Groene Welle en de Windroos. De afgevaardigden van
deze scholen gaan uitgebreid in op uw vragen.
Behalve deze informatieavond bezoeken de kinderen van
groep 8 samen met hun leerkracht de Thorbecke Scholengemeenschap, de Van der
Capellen Scholengemeenschap en de Groene Welle. Dit gebeurt onder schooltijd.
Verder wordt u door de leerkracht van uw kind op de hoogte gehouden van de open
dagen van voornoemde scholen. Die kunnen u en uw kinderen samen bezoeken. Bovendien
krijgt u via de school een informatieboekje 'voortgezet onderwijs' uitgegeven
door de gemeente. U vindt hierin informatie over alle scholen van voortgezet
onderwijs.
Individueel schoolkeuzegesprek en resultaten
Na de uitslag van de CITO toets wordt u samen met uw kind uitgenodigd voor een
adviesgesprek. De hele schoolloopbaan hebben wij uw kind gevolgd. Behalve toetsscores
hebben we ook een duidelijk beeld van hoe uw kind werkt en wat het qua leerstof
wel en niet aan kan. De sociaal-emotionele problematiek speelt een belangrijke
rol bij de advisering. Ons standpunt is dat een leerling, die lekker in zijn
vel zit, met plezier naar school gaat en beter leert.
De scores van een intelligentieonderzoek en de CITO eindtoets
bepalen niet alleen het advies. Wel kunnen zij een advies ondersteunen.
Behalve deze toetsen krijgen de kinderen ook een SVL
(schoolvragenlijst). Dat is onderzoek naar welbevinden, motivatie, zelfvertrouwen,
sociale vaardigheden, werkhouding, etc.
Met andere woorden: een advies wordt niet uitsluitend
op basis van de genoemde toetsscores gegeven, maar naar aanleiding van al onze
bevindingen van de afgelopen jaren.
Na dit adviesgesprek vullen ouders het aanmeldingsformulier
voor het voortgezet onderwijs in. De leerkracht van uw kind verzorgt de administratie
rond de aanmelding.
Ook al verlaten de kinderen van groep 8 De Octopus toch
houden wij hun ontwikkeling in het oog. Vanuit de brugklas ontvangen wij per
rapportperiode een overzicht van de resultaten. Zo zien wij hoe de kinderen
zich ontwikkelen op de middelbare school.
Indien nodig zoekt het voortgezet onderwijs contact met
ons om meer achtergrondinformatie te krijgen over een bepaald kind dat problemen
heeft, zodat zij hun leerlingbegeleiding daar nog beter op kunnen afstemmen. |